Ga met elkaar in gesprek over het volgende:
Tijdens deze toolboxmeeting besteden we aandacht aan brandvertragende kleding.
Bij Kuijpers worden vaak las-, slijp-, en snijwerkzaamheden uitgevoerd. Hierbij komen staalsplinters, vonken, vlammen, lasspatten en hitte bij vrij. Er zijn voorbeelden waar medewerkers tijdens hun werk in aanraking zijn gekomen met hitte, vlammen, vonken e.d.
Bodywarmer vat vlam
Een medewerker merkte na het slijpen dat er een steekvlam uit zijn bodywarmer kwam. Hij heeft de vlam met zijn blote hand uitgeslagen. De bodywarmer is van kunststof materiaal dat ingebrand is, in zijn hand. Hij heeft zijn hand met stromend water gekoeld en is direct naar de EHBO- post gegaan.
Het ongeval was niet gebeurd als de medewerker brandvertragende kleding had gedragen.
Waar het gevaar bestaat van vlamvatten van werkkleding of het doorbranden ervan waar de huid door wordt beschadigd is het dragen van brandvertragende kleding verplicht.
Brandwonden en brandplekken kunnen ontstaan door blootstelling aan:
Deze risico's zijn aanwezig bij:
Aanvullende verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen:
Verschil tussen brandvertragend (ook wel vlamvertragend) en laskleding.
Vlamvertragend: Aangeduid met norm EN-ISO 11612. Indien deze kleding in aanraking komt met brandende of gloeiende delen/deeltjes kan er een gat/gaatje in ontstaan, maar het zal niet verder branden. Vlammen zullen doven. Deze kleding beschermd niet tegen de risico’s van laswerkzaamheden en is dus niet geschikt als laskleding.
Laskleding: Aangeduid met norm EN-ISO 11611 Indien deze kleding in aanraking komt met brandende of gloeiende deeltjes zal er geen gat/gaatje in ontstaan. Dikte van de stof bepaald hoe lang de stof bescherming biedt. Voor intensieve lasprocessen, bij een inschakelduur > 15%, wordt geadviseerd aanvullende bescherming te dragen. Denk hierbij aan b.v. een lederen lasschort.
Scan de volgende code met de app om deze toolbox te bekijken.